Werkplek onderzoek
Tegenwoordig werkt veertig procent van alle Nederlandse werknemers met een computer, maar in bepaalde sectoren loopt dit cijfer op tot 86 procent. Gezien de grote verschillen in lichaamsafmetingen, zou de inrichting van een werkplek voor ieder mens anders moeten zijn. In de praktijk blijkt dat bedrijven één soort (merk, type) meubilair voor alle medewerkers aanschaffen. Het betreffend meubilair voldoet vaak aan eerder genoemde norm. Bij deze norm wordt nog geen rekening gehouden met comfort en bewegen/afwisselen van houdingen, waardoor mensen voornamelijk statisch op hun kantoorstoel zullen zitten. De toegenomen beperking van ruimte en beweging in de dagelijkse (computer) activiteiten van werknemers, resulteert in toenemende mate in gezondheidsklachten.
Het ECBT heeft onderzocht of personen die beschikking hebben over een dynamische bureaustoel en elektrisch in hoogte verstelbare werktafel meer bewegen en meer comfort ervaren ten opzichte van personen met ‘statisch’ meubilair.
Tien proefpersonen uit de werkende populatie van de Haagse Hogeschool hebben meegewerkt aan dit onderzoek. Zij hebben een week lang gedurende de dag verschillende vragenlijsten ingevuld die betrekking hebben op de verandering van werkhouding en comfort. Deze zijn respectievelijk de vragenlijst van Helander en Zhang, en de Lokaal Ervaren Ongemakken lijst (kort: LEO-lijst). Daarnaast zijn, in wijze van experimenteel onderzoek, met versnellingssensoren de verplaatsing van de romp en stoel gemeten.
Deze testen zijn herhaalt met een dynamische in hoogte verstelbare bureaustoel en elektrisch in hoogte verstelbaar bureau. Na een week wennen aan het meubilair hebben zij wederom dezelfde vragenlijsten ingevuld.
In de nieuwe situatie is een significante verbetering gemeten, de comfortbeleving is met 45% toegenomen. Ook bleek in deze situatie het lokaal ervaren ongemak lager aan het eind van de dag. Hierbij werd significant beter gescoord in de regio bovenrug, nek-schouders en lage rug. Ten slotte kan er niet worden aangenomen dat er meer, dan wel minder wordt bewogen in één van beide situaties doordat de data niet significant bevonden is.





